Industrieel Wonder in Wetsinge

industrieel-wonder-wetsingeTijdens de officiële opening van de molen op zaterdag 17 september werd ook een informatieboekje uitgereikt aan de voorzitter van de Molenstichting Winsum Peter Pauw. Johan van Dijk, historicus en molenaar, kreeg de opdracht om samen met Ids van der Honing en Bert leeuw een boekje samen te stellen over de molen van Klein Wetsinge.
In het boekje wordt de geschiedenis van de molen beschreven. “Van zeeklei tot broodplank” is een hoofdstuk in het boekje dat beschrijft hoe op biologische wijze graan wordt geteeld, gemalen wordt onder andere op de molen te Klein Wetsinge.
Beschermvrouwe Ranomi Kromowidjojo schrijft het voorwoord in het boekje met haar jeugdherinneringen aan de molen.
Deze willen we ook hier graag een plaats geven:

’t Is de lucht achter Oethoezen
’t Is ’t torentje van Spiek
’t Is de weg van Lains noar Klooster
En de Westpolder langs de diek

’t Binnen de meulens en de moaren
’t Binnen de kerken en de beurg’n
’t Is ’t laand woar ik as kin
Nog niks begreep van pien of zurgen

Zoals Ede Staal ooit zong: “Het zijn de molens en het land – ons hoogeland- waar ik als kind nog niks begreep van pijn en zorgen.
Het was eind jaren ’90 dat ik nog droomde van een carrière als nieuwe Anky van Grunsven in plaats van Inge de Bruijn.
Elke schooldag om vier uur, want na schooltijd thuis eerst een kop thee of glas ranja drinken, ging ik samen met Jorinde Moes op de fiets ‘noar Wetsen’. Dan belden we aan bij mevrouw Berghuis en elke dag weer mochten we haar pony’s borstelen en verzorgen.
U zult wel denken, waar gaat dit verhaal naartoe? Dat zal ik u vertellen. Die ponys stonden in een weiland precies voor de molen. Als de molen ogen zou hebben, zou ze zien dat kleine Ranomi in weer en wind naar de ponys ging. Hoe warm of koud het ook was.

Daarom hoefde ik geen moment na te denken toen mij werd gevraagd in actie te komen voor de molen. Ik ben meer bij de molen geweest dan mijn ouders en broer samen. Misschien nog niet zoveel als mijn oma. Maar ja, sinds vraauw Deemter een elektrische fiets heeft fietst ze wat af.
Trots als ze is op de streek waar ze vandaan komt. Die trots laat ze niet zo snel zien. Heb ik van mijn oma geërfd. Toen ik in 2008 in Eindhoven ging wonen werd ik ook vaak kil en koel genoemd. Nou, dan ken je een echte Kromo nog niet!

Maar in tijden dat er in de Groningse dorpen steeds meer verdwijnt mogen we koesteren wat we wél hebben en waar we hard voor werken. Ik ben trots op onze molen. Een mooi plaatje in een mooie streek.

De meulen van Wetsen. Dat is mien laand.
Groeten Ranomi